“Die klantjes in jullie kliniek …”

Aldus een bezoeker. “Dat andere woord, dat jullie gebruiken, krijg ik niet over mijn lippen!”

Met dat andere woord wordt ‘patiënten’ bedoeld en de bezoeker is de vader van een kind dat door zinloos geweld om het leven is gekomen. Wij, van het forensisch psychiatrisch centrum (de tbs-kliniek), noemen tbs-gestelden patiënten, omdat deze mensen zijn gediagnosticeerd met een psychiatrische stoornis en pas in een fpc worden opgenomen nadat zij hun straf, gericht op vergelding van het leed dat zij hebben aangericht, hebben uitgezeten in een gevangenis.

In een omgeving waar dagelijks tbs-gestelden (patiënten) centraal staan, waar alles draait om hun behandeling en gericht is op het verantwoord laten terugkeren in de samenleving, was het zeer waardevol om een bijeenkomst te organiseren voor slachtoffers en nabestaanden van geweldsmisdrijven.

Zij waren een ochtend te gast bij FPC de Oostvaarderskliniek in Almere. Een bijeenkomst, mede georganiseerd door de Dienst Justitiële Inrichtingen, om hen de mogelijkheid te geven te zien hoe het er in een fpc aan toegaat. En om al hun vragen te kunnen stellen aan medewerkers die dagelijks met patiënten werken.
Maar ook om organisaties, die in het strafrechtsdomein opereren meer ‘slachtofferminded’ te maken in het kader van de Wet Versterking Positie Slachtoffer in het strafproces. Staatssecretaris Teeven wil de positie van slachtoffers in het strafproces verbeteren en ook binnen ons werkgebied, de forensische zorg, krijgt het slachtofferbeleid een steeds prominentere rol.

Spannend voor beide kanten: slachtoffers die met veel vragen zitten, er tegen opzagen om te komen, maar toch met eigen ogen wilden zien hoe wij dagelijks met deze ‘klantjes’ omgaan.
En de medewerkers van de kliniek, die dagelijks met tbs-patiënten werken, die vanuit een behandelingsgedachte denken met als doel om tbs-patiënten uiteindelijk weer te laten terugkeren naar de maatschappij. Twee werelden die soms wel bij elkaar komen bij individuele trajecten van de tbs-patiënten, maar nog niet eerder op de werkvloer van een fpc.

Slachtoffers en nabestaanden kunnen tijdens het strafproces aangeven of zij op de hoogte willen worden gehouden van de uitvoering van de straf of tbs-maatregel. Als zij dat wensen, worden zij door het Informatiepunt Detentieverloop geïnformeerd over bijvoorbeeld verloftrajecten. Tijdens de bijeenkomst verstrekte de kliniek informatie over de uitvoering van de tbs-behandeling en de wijze waarop wij binnen deze behandeling de belangen van slachtoffers en nabestaanden een plaats geven.

De behandelaren vertelden over de behandeling van tbs-gestelden. Vaak zien wij dat tbs-gestelden zich ook als slachtoffer opstellen. Dit werd door veel aanwezigen herkend. Dat was bijvoorbeeld ook het beeld dat zij hadden tijdens de zittingen in de rechtbank.
Onze behandeling richt zich er dan ook op om tbs-gestelden te laten inzien dat, hoe zwaar hun leven soms ook is geweest, zij altijd verantwoordelijk blijven voor het leed dat zij het slachtoffer of de nabestaanden hebben aangedaan.

Na dit interactieve gedeelte kregen de bezoekers nog een rondleiding door de kliniek om zich een goed beeld te kunnen vormen. Ook tijdens de rondleiding rezen bij hen vragen, die door ons werden beantwoord.

Het was een goede bijeenkomst. Indrukwekkend ook, voor ons als medewerkers die dagelijks in de kliniek zijn. Op sommige momenten was de bijeenkomst confronterend voor een aantal slachtoffers en nabestaanden. Maar het was ook een bijeenkomst waarbij slachtoffers en nabestaanden díe vragen konden stellen die voor hen al heel lang onbeantwoord waren. Hun verhaal werd gehoord. Voor de één maakt deze bijeenkomst onderdeel uit van het verwerkingsproces; de ander kreeg meer inzicht in de tbs-behandeling, een kliniek en de tbs-patiënten.

Dat gold ook voor die ene bezoeker, die in een reactie toch dat ‘andere woord’ over zijn lippen kreeg en ons schreef: “Mijn denken over uw patiënten (inderdaad, toch maar dat woord!) is iets meer in evenwicht gekomen”.

Mijn conclusie is dat het niet bij deze ene bijeenkomst kan blijven en dat slachtofferorganisaties en fpc's deze dialoog zullen continueren. De intensieve aandacht voor de positie van slachtoffers en nabestaanden waardeer ik dan ook zeer. Het maakt dat er meer evenwicht komt in de aandacht voor hen enerzijds en de daders anderzijds. En dat is nodig!

Hendrik Jan van der Lugt,
Algemeen directeur FPC de Oostvaarderskliniek

februari 2015

Delen via