Fpc's werken aan verkorting behandelduur!


Diverse politieke beleidskeuzes van een aantal jaren geleden hebben geleid tot onbedoelde neveneffecten. Zo verdubbelde de gemiddelde duur van een tbs-behandeling sinds 2000 van vijf naar grofweg tien jaar. Voor de fpc’s en fpk’s was dit in 2010 de aanleiding om hun inhoudelijke visie op de forensische zorg vast te leggen in de notitie ‘Forensische Zorg in Perspectief’. Met dit document beoogden de instellingen de knelpunten in de oplegging en tenuitvoerlegging van de tbs-maatregel op tafel te krijgen en het debat met belanghebbenden aan te gaan over mogelijke oplossingen. Inmiddels is dat gelukt. 

TBS Nederland is van mening dat een te lange behandelduur bijdraagt aan een negatief imago van de tbs. Dit negatieve imago lijkt ertoe te leiden dat verdachten, hun advocaten, het Openbaar Ministerie en de zittende magistratuur minder bereid zijn om te pleiten voor het opleggen van een tbs-maatregel. In plaats van tbs wordt in toenemende mate alleen gevangenisstraf opgelegd aan verdachten met een psychiatrische stoornis. Het gevaar van deze ontwikkeling is dat ernstig psychisch gestoorde patiënten na het uitzitten van hun vrijheidsstraf in de maatschappij terugkeren zonder behandeld te zijn voor hun stoornis. De veiligheid van de maatschappij is daarmee niet gediend, want de kans op recidive blijft daardoor hoog.

De recidivecijfers liggen bij tbs aanzienlijk lager, dan bij Jeugd of het Gevangeniswezen. Daarmee heeft de tbs-maatregel zijn bestaansrecht bewezen. Vanuit de overtuiging dat de tbs een waardevol systeem is voor de samenleving en de patiënt, beogen de fpc's met het verkorten van de behandelduur de tbs-maatregel voor de toekomst te behouden en meer recht te doen aan de werkelijk benodigde behandelduur.

TBS Nederland wil de behandelduur verkorten door de doorlooptijden binnen het verloftraject te verkorten* en door bij ieder verlengingsadvies een prognose te geven voor de resterende behandelduur.

Verlof als katalysator voor behandelduurverkorting
Het verkorten van de behandelduur is een speerpunt binnen de afspraken tussen het ministerie van Veiligheid en Justitie (DForZo) en het forensische veld. De instellingen willen dit realiseren vanuit de gedachte dat eerder toekennen van verlof binnen de behandeling – uiteraard alleen wanneer dit vanuit veiligheidsoogpunt verantwoord is – bijdraagt aan een kortere behandelduur.

De fpc's realiseren zich goed dat zij opereren in een forensische zorgketen waarbinnen de zorginstellingen verschillende beveiligings- en zorgniveaus bieden. Binnen deze keten dient de patiënt te verblijven in een setting met een zorg- en beveiligingsniveau zo hoog als nodig, maar zo laag als mogelijk. Alleen dan is een effectieve, op resocialisatie gerichte behandeling mogelijk. 

Om de doorstroom in de zorgketen – en daarmee het verkorten van de behandelduur – te bevorderen zijn binnen de forensische zorg scherpe afspraken gemaakt over het verloftraject. Dit betekent dat aan de patiënt:

  • binnen 2 jaar na opname ‘begeleid verlof’ wordt toegekend;
  • binnen 4 jaar na opname ‘onbegeleid verlof’ wordt toegekend;
  • binnen 6 jaar na opname ‘transmuraal verlof’ wordt toegekend;
  • binnen 8 jaar na opname ‘proefverlof’ of ‘voorwaardelijke beëindiging’ wordt toegekend.

Met daarbij nogmaals de kanttekening dat een verlofmachtiging, gezien het delictrisico, altijd verantwoord moet zijn.

Door deze afgesproken doorlooptijden is duidelijk dat het doel van de behandeling resocialisatie is. Van de doorlooptijden kan alleen worden afgeweken als daar goede argumenten voor zijn. Deze argumenten, bijvoorbeeld het bestaan van een te groot delictrisico of te weinig voortgang in de behandeling, dienen binnen het fpc te leiden tot een discussie (interne toetsing). Ook kan bij het niet behalen van de doorlooptijden een collega-instelling om advies gevraagd worden (externe toetsing). De redenen die het aanvragen van een verlofmachtiging in de weg staan, moeten nadrukkelijk onderbouwd en geëvalueerd worden.

DForZo bewaakt sinds 2014 of de fpc’s de afgesproken doorlooptijden realiseren en heeft deze opgenomen als prestatie-indicator.

Behandelprognoses leiden tot meer transparantie
Om de patiënt, zijn advocaat, de rechter en de officier van justitie meer inzicht te geven in de (resterende) behandelduur gaan de fpc's vanaf 1 januari 2015 forensische prognoses opnemen in het verlengingsadvies. De tbs-behandeling wordt daardoor transparanter en toetsbaarder. Binnen ieder verlengingsadvies (elk jaar of elke twee jaar) krijgt de prognose voor de resterende behandelduur een belangrijke en centrale plaats. Het naleven van de doorlooptijden van de verlofplanning (zie boven) moet ertoe leiden dat deze prognose ook behaald wordt.

In ieder volgend verlengingsadvies wordt de voortgang van de prognosestelling toegelicht. Rechter, advocaat, officier van justitie en patiënt zien daardoor de behandelvoortgang terug in ieder verlengingsadvies. Alleen beargumenteerd kan er worden afgeweken van de initiële prognose.

Voortgang
Medio 2014 koppelen de instellingen de vorderingen naar elkaar terug en wisselen ze ervaringen uit. Zodoende willen de fpc's de vaart in hun eigen handelen houden. Met als uiteindelijk doel de patiënt in toenemende mate op de juiste plek, veilig behandelen.

* Per jaar zijn er in Nederland ongeveer 70.000 verloven van tbs-patiënten. Het aantal onttrekkingen (niet op de afgesproken tijd terugkeren van verlof) in 2013 was 35. In het overgrote deel van deze gevallen was er sprake van kortdurende ongeoorloofde afwezigheid. Zie ook Minder onttrokken TBS-ers in 2013 en Verlofcriteria.

mei 2014

Delen via