Straf, vergelding en behandeling: de balans verstoord?

De Taskforce ‘Behandelduur tbs’ deed eind vorig jaar de aanbeveling om detentieschade zoveel als mogelijk te voorkomen, onder meer door terughoudend te zijn in het opleggen van een gevangenisstraf in combinatie met tbs. Op www.tbsnederland.nl vroegen we websitebezoekers in een poll naar hun mening over de stelling ‘De Taskforce 'Behandelduur tbs' doet een beroep op rechters om terughoudend te zijn met het opleggen van lange gevangenisstraffen i.c.m. tbs. Dit is een goede zaak.’ Er werd 33 keer op de stelling gestemd, 79% was het met de stelling eens. Naar aanleiding van de poll schreven Sanne Verwaaijen en Rose Schmitz een reactie.

Het Nederlandse rechtssysteem kent het wegen van de persoon van de dader. Dat is een groot goed in onze rechtstaat en over het algemeen wordt dit breed gedragen en ondersteund. De meeste mensen vinden het vanzelfsprekend dat een kind of een verstandelijk beperkte anders gestraft wordt dan een volwassene en dat iemand die onder invloed van een psychose een delict begaat anders wordt gestraft dan iemand die een delict koelbloedig heeft beraamd. Het wordt echter ingewikkelder als zaken als de vrije wil en toerekeningsvatbaarheid aan de orde zijn. In hoeverre stond iemand onder invloed van zijn stoornis? In hoeverre had hij andere keuzes kunnen maken? Dat zijn afwegingen die cruciaal zijn voor het opleggen van een tbs-maatregel.

In Nederland wordt de mate van toerekeningsvatbaarheid in vijf gradaties bepaald, van volledig ontoerekeningsvatbaar tot volledig toerekeningsvatbaar. Wanneer iemand verminderd toerekeningsvatbaar wordt verklaard, kan de rechter de verdachte een gevangenisstraf én tbs met dwangverpleging opleggen. Omdat een tbs-behandeling gericht is op resocialisatie en veilige terugkeer naar de maatschappij, vindt de behandeling dus altijd plaats na de gevangenisstraf. Maar hoe zinvol is behandeling als die pas jaren na het gepleegde delict start?

Na jarenlange gevangenisstraf zal de tbs-behandeling vaak moeizamer gaan omdat de problematiek (mede door het jarenlange verblijf in de gevangenis) verhard is geraakt en herinneringen aan het delict door de tijd vervormd zijn. Bij het verlengen van de tbs-maatregel is de duur van de maatregel een factor die meegewogen wordt door advocaten en rechters. Enerzijds bestaat dan het risico dat een behandeling na die jarenlange gevangenisstraf veel moeizamer is en langer duurt, anderzijds is de kans groter dat deze voortijdig door de rechter, al dan niet voorwaardelijk, beëindigd wordt.

In gesprekken met slachtoffers en nabestaanden blijkt dat vaak ook voor hèn het voorkomen van recidive het belangrijkst is: het verlies of de schade aan hun geliefde is niet meer terug te draaien. Zij willen vooral dat anderen niet hetzelfde moeten meemaken. Natuurlijk kan dat bereikt worden met langdurige opsluiting, maar zelfs daaraan komt uiteindelijk een eind. Aanvullende oplegging van de tbs-maatregel moet dan het risico verkleinen.

Een zuivere oplossing zou kunnen zijn om de schuldvraag en de behandeling van de psychiatrische stoornis los te koppelen. Zo wordt des te meer duidelijk dat tbs geen verkapt levenslang is. De gevangenisstraf dient de vergelding, het recidiverisico wordt bewerkt in de behandeling.

Het inperken van de vrijheid bij de tbs-behandeling heeft niet de functie van straf en vergelding, maar is bedoeld om risico’s op delictgedrag te beheersen. Het inperken van vrijheid moet daarom niet langer duren dan strikt noodzakelijk.

Ervan uitgaand dat risicotaxatie zorgvuldig wordt uitgevoerd en de risicofactoren (de problematiek) adequaat worden bewerkt, staat de inperking van vrijheid in de behandeling dan volledig los van de aard en ernst van het oorspronkelijke delict.

Rose Schmitz
Directeur Behandeling en Zorg FPC de Rooyse Wissel

Sanne Verwaaijen
Bestuurder FPC de Rooyse Wissel

december 2015

Delen via